De Goede Week - Semana Santa
Sevilla, Spanje
Semana Santa --> 28 Maart - 04 April 2010
Feria van Sevilla --> 20 - 25 April 2010
De Semana Santa in Sevilla is een periode waarin verschillende Koninklijke Broederschappen plechtig boete doen, en het Lijden van Christus herdenken gedurende luisterrijke boetprocessies.
Deze boetprocessies vinden plaats in de Spaanse stad Sevilla in de week voor Pasen.

Zij trekken gedurende de hele Goede Week uit, in totaal zijn er zo’n zestig processies. Alle worden door een zogenaamde hermandad of Cofradia georganiseerd; dit zijn katholieke broederschappen. In de regel horen deze broederschappen bij een bepaalde parochie, waar hun processie dan ook begint en eindigt, na door de stad heen en terug naar de kathedraal van Sevilla in het centrum te zijn getrokken. Deze processieroute duurt meerdere uren. Zo´n processie bestaat uit verschillende paso’s, grote passietaferelen. De paso’s zijn enorme tafelvormige constructies (een plateau met poten) waarop een Mariabeeld (de Virgen) of een scène uit het lijden van Christus is geplaatst. De levensgrote beelden worden gesneden uit hout en vervolgens gepolychromeerd. De meeste beelden worden aangekleed met goudgeborduurde kostuums. De basis van zo een paso wordt verguld of verzilverd. Deze beeldengroepen worden gedragen door leden van de broederschap die Costalero's worden genoemd, soms wel vijftig onder één paso. Voor de paso gaan anonieme groepen boetelingen, deze worden Nazareno’s genoemd.
De boetelingen zijn met honderden, zelfs met duizenden in het geval van een grote Confradia. De Confradia van de Virgen de la Esperanza Macarena heeft meer dan tienduizend broeders en zusters. Iedereen kan lid worden van zo'n broederschap wanneer men meebetaalt aan de uitmonstering van de processie. De medebroeders moeten gedoopt zijn in de Rooms-Katholiek Kerk, hiertoe wordt een bewijs gevraagd. Zij moeten leven naar de geest van de Broederschap, delen in het Roomse geloof, delen in de liefde van Christus, het evangelie verkondigen, en delen in naastenliefde voor de medebroeders en zusters. Elke broederschap heeft zijn bestuur in verscheidene niveaus.
De processies
De processies volgen elk hun eigen route.

De stoet wordt gevormd aan het Huis van de Broederschap of aan de kerk waar de paso's worden vereerd.
Als eerste stapt het Cruz de Guia op, een groot kruis dat de Hermandad voorafgaat.

Daarna volgen de broeders en zusters in hun mantels. Elk draagt een grote kaars, die wordt ontstoken tijdens de schemering. De processie gebeurt in stilte, sommige broederschappen kennen zwijgplicht.
De processie is opgebouwd uit verschillende gedeelten, van elkaar gescheiden door geborduurde vaandels en ceremoniemeesters. De broeders lopen in twee lange rijen, in het midden is er plaats voor de ceremoniemeesters en passerende costalero's (dragers).
De boetelingen lopen barrevoets en dragen capirotes, de punthoofdeksels. Deze kappen zijn ontstaan uit een oude straf van de inquisitie. Elke processie bestaat uit meerdere honderden, maar vaak zelfs uit meer dan duizenden personen. Na de nazarenos volgt altijd een groepje kinderen dat snoepgoed uitdeelt aan de bedevaarders, daarna komen meestal grote zilveren processiekandelaars, met daarachter een viertal wierookvaten.
Dan komt de eerste Paso met begeleiders. Dit is de Christusfiguur in een opmaak die overeenkomt met één van de momenten in het lijdensproces van Jezus.
Alle gewijde zaken zoals relieken wierookvaten, kandelaars, ceremonialia en de pasos zelf worden uitsluitend door mannen gedragen, vrouwen doen enkel anoniem boete.


Meestal komt er daarna al een muziekkapel, maar soms wordt deze paso ook in stilte gedragen. Daarna komen opnieuw nazareno's die elk een boetekruis dragen. Soms lopen ook geestelijken mee achter de beelden.
Ten slotte komt de Virgen, zij sluit de stoet af, maar is wel het belangrijkste. Voor vele vormt dit het emotionele hoogtepunt van de boetprocessie.
Het Mariabeeld is altijd gekleed, heeft een meters lange mantel en staat onder een baldakijn dat gedragen wordt door zilveren zuilen. Op het baldakijn zijn vaak Allegorieën en wapenschilden geborduurd.
De virgen is altijd gekroond en weent kristallen tranen vanwege het verdriet om Christus' Dood. Vele van deze virgens worden vereerd met eretekens en medailles. voor het beeld staan traditioneel grote kaarsen gerangschikt, naast het beeld grote bollen met bloemen, erachter zijn speciale kandelaars die haar mantel verlichten.

Ook al lijken voor de buitenstaanders alle Virgenes in grote lijnen op elkaar (hun opmaak is in tegenstelling tot de Christusfiguur altijd dezelfde), zij vormen voor de Sevillanen juist het belangrijkste en meest onderscheidende element van de processies (pasos). In sommige pasos (La Macarena, la Trianera, los Gitanos) worden ze met harstocht toegejuigd en "guapa guapa" (schoonheid/beauty) toegeroepen en verklaart elke broeder vol overtuiging altijd dat zijn/haar Virgen de mooiste is.
  |
meer hotels in Sevilla >>>

Het publiek
De bevolking van Sevilla en het publiek in het algemeen bejegenen de processies met zeer veel eerbied en rust. De meeste bedevaarders gaan staan op plaatsen zoals de kerk of op een strategisch punt.
De start van de processie is altijd nagelbijten voor de Capataz; de paso moet door het portaal (zonder schade). Bij broederschappen met hoge paso's zoals de Koninklijke Broederschap van de Kruisoprichting (Cristo de la Exaltación) is het kwestie van centimeters voor de costalero's. Ook het kijken naar de processie's waar de stoet een bocht neemt is zeer interessant, het duurt immers zeer lang eer zo een kolossale paso is gedraaid.
De mensen applaudisseren altijd na zo een delicate passage. Veel emotioneler gaat het eraan toe bij de twee meest beroemde processies op Madrugada (Ochtendgloren van Goede Vrijdag). De beelden worden bedolven onder de klaagliederen (saeta). Zo'n saeta is een a capella gezang, hiervoor stopt de stoet. De saeta's zijn meestal in flamenco-stijl. De Mariabeelden verdelen de bevolking van Sevilla in twee partijen, namelijk die van Maria Santissima de la Esperanza de Triana en die van de Maria Santissima de la Esperanza Macarena. Ook de Christus van de Grote Macht (Jesús del Gran Poder), wordt bedolven onder de saeta's. Deze beelden worden het meest vereerd door de Sevillanen.
Het dragen van de pasos gebeurt met veel geduld en plechtstatigheid. De Costalero's, de dragers, doen zo boete voor Christus' Dood en Lijden. De groepen worden gedragen op de maat van muziek, die gespeeld wordt door fanfares. Deze zijn uitgedost in oude uniformen en spelen processiemarsen. Sommige costalero's laten de beelden dansen op de maat van de tamboers. De tamboers symboliseren het onweer dat opstak na Christus' Dood. langs het parcours staan duizenden mensen die de pasos vereren.
|